Herinnering, maar dan anders
Wat ik me met name afvraag is of ik het ter plekke heb bedacht. Of was het een vooropgezet plan? Ik droeg immers een tuinbroek die dag.
Ik zat tijdens het kringgesprek al te wiebelen op mijn stoel. Kringgesprekken waren normaal gesproken helemaal niet zo vervelend. Maar op die bewuste dag leek het wel alsof alle kinderen met opzet langdradige verhalen vertelden. Zo ging dat vroeger nu eenmaal: als je iets heel graag wilde, dan leek de tijd tergend langzaam te gaan.
Toen eindelijk de laatste klasgenoot zijn verhaal afgerond had, stoof ik zonder de afsluitende woorden van juffrouw Marlou af te wachten naar de speelhoek. Ik had al vaak genoeg meegemaakt dat anderen me voor waren. Dat zou me op de dag van mijn ingenieuze plan niet overkomen.
Zou het iemand opgevallen zijn dat ik tijdens het spelen heel hard mijn best deed om onopvallend om me heen te kijken? Dat ik rondkeek wat mijn klasgenootjes in mijn directe omgeving aan het doen waren, wie juffrouw Marlou aan het helpen was?
Op een geschikt moment heb ik de speelgoedgorilla in het voorvak van mijn tuinbroek gestopt, als een soort buideldier dat met zijn jong doet. Zo vol begeerte was ik, ik wilde thuis ook met de gorilla spelen.
Niet lang daarna heb ik hem op dezelfde manier terug naar school gesmokkeld. Niemand heeft er iets van gemerkt, ik vermoed ook mijn ouders niet. Zij hadden me de gorilla vast opzichtiger terug laten brengen met bijbehorende excuses aan iedereen, zodat ik zoiets van schaamte nooit meer zou doen.
Ik mag graag denken dat het een vooropgezet plan was. Een kleine versie van mezelf die al op jonge leeftijd snode plannen smeedde. Alle tekenen wijzen erop.
