Van Voorheen en Laatst

Een blog over Prosper en over wat er zoal in zijn hoofd omgaat

Stilaan

leave a comment »

Ik open de deur.
Het lokaal puilt
uit van geluid
en ik waad erdoorheen.
Om meer ruimte
te scheppen
moet een raam open.

Ik roep:
“Als je niet
naar elkaar luistert
kun je net zo goed
onsamenhangende klanken
blaten.”
Maar mijn stem
sterft weg
in het klankamalgaam.

Het waait buiten.
Bomen vol gebla-
derte ruisen.
Duizend bladeren
vormen een koor
en zingen een stille
kakofonie
die sust tot rust.

Wat mij betreft
mag een stilte
vallen,
maar hij gaat
slechts tergend
langzaam
liggen.

Advertenties

Written by Prosper

13 juli 2018 at 07:04

Geplaatst in Uncategorized

Onbewoond eiland

leave a comment »

The whole goddamn world knows
the dangers of this tide

Het bed is leeg.

Net lag ze er nog,
haar afdruk nog te zien:
rimpels in de zwarte hoes
als na een plotse duik
van een drenkeling.
De dekens deinen
dreigend eroverheen.

Geen reddingsactie:
familie,
vrienden,
noch buren.

Onder water
schreeuwt ze,
ongehoord.

 

Written by Prosper

14 juni 2018 at 22:31

Geplaatst in Uncategorized

Bibliofiel

with 2 comments

Zet me rechtop,
half open.
Strijk
langs mijn binnen.

Sluit je ogen,
kom hier.
Breng je oor
bij mijn plooien.

Hoor wat er aan
gezucht en geprevel
schuil gaat.

Het zijn stille voorboden
van wat komen gaat.

Sla me open
en onderga me
in volle hevigheid.

Written by Prosper

1 juni 2018 at 07:06

Geplaatst in Uncategorized

In andermans schoenen

leave a comment »

Zoals elke keer voor een sollicitatiegesprek moest ik mezelf op het toilet moed inspreken. Deze keer had ik mijn koffertje meegenomen om wat professioneler over te komen. Er zat niks in, maar dat was niet erg. Als mensen iemand zien lopen met een koffertje, dan denken ze: goh, die meneer is vast heel belangrijk, anders had hij niet een koffertje bij zich. Mensen bewaren altijd belangrijke dingen in hun koffertje.

Bij de receptie hadden ze me gewezen waar ik het toilet kon vinden. Daar zat ik dus, in zo’n hokje, boven en beneden open, zodat je alle geluiden van andere mensen die op het toilet zitten kunt horen.

Ik had het deksel omlaag gedaan en was op de toiletpot gaan zitten, mijn knieën opgetrokken, mijn armen eromheen geslagen en mijn koffertje in mijn rechterhand. Ik had mijn ogen dichtgeknepen en was zo stil mogelijk. Ik probeerde rustig te ademen. Hopelijk kon niemand me horen of zien. Ik prevelde geluidloos de zinnen die ik van mijn therapeut onthouden had.

Je bent niet waardeloos. Je bent niet stom. Je bent niet slap. Je bent geen mislukking. Je bent geen loser. Je hoort er wel bij.

Net toen ik deze zinnen zo vaak herhaald had dat ik langzaam tot rust begon te komen, hoorde ik dat de deur naar de toiletten geopend werd. Mijn ogen waren direct weer open. Mijn adem zat hoog in mijn keel. Ik loerde links, rechts en voor me naar de vloer buiten mijn hokje om te zien of er zich iemand in de buurt van mijn hokje begaf.

Iemand hoestte. Een rits werd geopend. Ik hoorde dingen tegen elkaar aan tikken. Iemand neuriede. Er werd iets opengeschroefd. Toen stapte iemand het hokje links van me in. Ik zag schoenen. De pijpen van een pantalon die over de schoenen heen vielen. De man ging zitten, blauwe sokken met witte stippen verschenen.

Ik stak het koffertje tussen mijn buik en mijn bovenbenen, zodat ik mijn handen vrij had. Ik stak mijn vingers in mijn oren en kneep mijn ogen weer dicht, ik wilde niks mee krijgen van wat er stond te gebeuren in het hokje hiernaast. Ik startte weer mijn mantra dat ik enkele ogenblikken ook opgedreund had, dat had me immers helpen kalmeren.

Hoe lang ik daar zo gezeten heb, weet ik niet maar opeens hoorde ik door mijn vingers in mijn oren heen getrappel. Ik haalde mijn vingers uit mijn oren en deed mijn ogen open. Ik hoorde onmiskenbaar getrappel dat van onder de toiletpot, buiten mijn zicht, vandaan kwam. Ik leunde een klein beetje voorover en ik zag twee schoenen met blauwe, witgestipte sokken erin ronddansen. Het was alsof twee onzichtbare handen in die sokken gestoken waren en als een soort marionettenspeler de schoenen allerlei danspasjes lieten doen. Ik keek naar links onder het wandje van mijn toilet. De man zat er niet meer. Was de man zijn schoenen vergeten? Waarom zou hij zonder schoenen het toilet hebben verlaten?

Ik zette mijn voeten op de grond en staarde nog even naar de enthousiast bewegende schoenen. Zonder na te denken stapte ik het wc-hokje uit, terwijl de schoenen me volgden. Ik keek rond maar ik zag niemand, de man van de schoenen was nergens te bekennen. Ik aarzelde om in zijn wc-hokje te kijken, maar overwon toch mijn schroom. De wc-sluiting gaf immers aan dat het hokje niet bezet was.

In het hokje lag tot mijn verbazing een stapeltje kleren netjes opgevouwen op de toiletpot. Ik tilde het stapeltje op: er zat een pantalon tussen van chique snit, een giletje, een overhemd, een stropdas. Alles was zo netjes opgevouwen, je zou bijna denken dat iemand het nog net gestreken had. Ik draaide me om en ik zag een jasje om een klerenhanger aan de deur hangen.

De schoenen schopten inmiddels brutaal tegen mijn schenen. Het deed behoorlijk pijn. Ik legde mijn koffertje op de grond, legde de kleren van de toiletpot op mijn koffertje en ging zitten. Ik pakte de schoenen op, maar ze bleven zo panisch bewegen dat ik ze weer neerzette.

Toen hoorde ik weer iemand de toiletten binnenkomen. Meteen keerde de paniek terug. Ik ging gehurkt op de toiletpot zitten. Ze kwamen vast de man van de schoenen zoeken. Ik deed de deur van mijn hokje op slot. Ik wist hoe ik mezelf stil moest houden, maar ze zouden de trappelende schoenen opmerken en door de deur van mijn wc-hokje vragen of alles wel in orde was. Ik zou vanzelfsprekend niet reageren. Ze zouden op de deur bonzen en met een lage basstem bevelen om de deur te openen. Ze zouden tenslotte over het lage wandje heen kijken en zien dat ik hier zat, met de kleding van iemand anders bovenop mijn koffertje, met zijn schoenen zenuwachtig bewegend onder te toiletpot, alsof de schoenen iets gezien hadden wat niet door de beugel kon en ze dringend iets wilden onthullen.
Dan zouden ze vast denken dat ik verantwoordelijk was voor de verdwijning. Dan kon ik het helemaal schudden bij mijn gesprek van straks. De meeste bedrijven zijn niet zo happig op sollicitanten die beschuldigd worden van een misdrijf als ontvoering of moord.

Ik moest dus iets doen om die schoenen rustig te krijgen. Er schoot me niks anders te binnen. Ik maakte mijn veters los, deed mijn schoenen en mijn sokken uit, greep de linker van de trappelende schoenen vast en wurmde mijn voet in de sok die in de schoen zat. Nadat mijn rechtervoet in de andere schoen zat merkte ik dat de schoenen nog steeds driest als wilde paarden waren en weg wilden. Maar ik durfde niet. Ik kon niet. Het zou verkeerd aflopen als ik dit hokje verliet. Ik moest hier blijven. Ik hield me vast aan de toiletpot en drukte mijn voeten zo hard mogelijk tegen de vloer.

Written by Prosper

20 mei 2018 at 12:05

Geplaatst in Uncategorized

20:24

leave a comment »

De moderne samenleving was stuk, dat was zo ongeveer het enige waarover men het eens was. Maar de oorzaak bepalen, dat was een heel ander verhaal. De kloof tussen politiek en burger! riep de een. Het systeem van verkiezingen, waarbij politici alleen maar hun eigenbelang dienen! riep de ander. De vluchtelingen! De islam! Bankiers! Het partijkartel! Het consumentisme! De filterbubbel van social media!​En als mensen naar elkaar hadden geluisterd, als ze voors en tegens tegen elkaar hadden afgewogen, dan hadden ze misschien een betere oplossing bedacht dan waar we nu mee te kampen hebben.

​De verschillende kampen waren zo verdeeld en waren zo doof voor andermans visie dat de beleidsmakers van toen teruggrepen op kennis die ze in hun jeugdige jaren hadden opgedaan op hun internaten. Met de handen in het spaarzame haar dat ze nog hadden, dachten ze met weemoed terug aan overzichtelijkere tijden, toen ze elke ochtend voor dag en dauw op moesten staan, uit bed werden geschreeuwd door hun kamerhoofden als ze na het ochtendgloren nog in bed lagen.

​Op de internaten heerste een ijzeren discipline, een strikte hiërarchie en een onbegrensde eerbied voor de klassieken. Misschien dat de beleidsmakers van toen daarom met Aristoteles op de proppen kwamen. Zoals zo vaak moest de oplossing weer komen uit de klassieke oudheid. Ze hadden vroeger met hun puistige puberkoppen in de stoffige bibliotheken gezeten, lezend over diens staatkundige theorie, waarbij er drie mogelijke staatsvormen bestonden: die waarin een eenling regeert, die waarin een groep uitverkorenen het voor het zeggen heeft, en die waarin het volk de baas is. De eerste had als positieve pendant de monarchie, maar kon doorslaan in een tirannie. De tweede kon beginnen als aristocratie, maar kon ontaarden in een oligarchie. Tot slot kon de democratie uit de klauwen lopen en eindigde men in een ochlocratie, waarbij de schreeuwlelijken de publieke opinie en daarmee effectief gezien het beleid overnamen. En laat de beleidsmakers van toen van mening zijn geweest dat we ons in deze fase bevonden.

​Ze hadden ook van Aristoteles afgekeken dat deze staatsvormen een soort cyclus met elkaar vormen. Als de monarchie in een crisis raakt en dus verwordt tot een tirannie wordt er een aristocratie ingesteld. Als die niet meer functioneert en het steeds dezelfde kliek is die regeert, dan moet deze plaats maken voor een democratie. Wanneer die geen oplossingen meer heeft voor de problemen waarmee mensen worstelen, en het gepeupel langs elkaar heen roept om er maar voor te zorgen dat hún mening, hún belang vooraan in de rij wordt geplaatst, klinkt de roep op een sterke leider.

​Nu hadden de beleidsmakers van toen geen zin om hun comfortabele pluchen stoelen op te geven en besloten ze tot iets radicaals. In plaats van de natuurlijke cyclus te volgen wilden ze proberen de richting van die cyclus te keren: de ochlocratie moest weer veranderen in een democratie.

​En laat Aristoteles volgens de beleidsmakers van toen nu wederom het juiste geneesmiddel in zijn bibliografische medicijnkastje hebben staan. De door hem opgestelde regels van de logica, de daarbij behorende discussieregels die in een beschaafde discussie gevolgd dienen te worden, omdat een schending hiervan een drogredenen oplevert, werden aan de bevolking voorgesteld als de enige manier om uit de slangenkuil van de hedendaagse niet op feiten gebaseerde meningencultuur te geraken. Maar de pil van Aristoteles moest geen vrijwillig kuurtje worden, het moest niet overgelaten worden aan de slampampers van docenten in het onderwijs die er weer hun eigen, verdunde, zachte-heelmeesters-maken-stinkende-wonden-middeltje van zouden maken. Nee, het moest een verplicht af te maken kuur worden, voor iedereen, zodat men er hierna van op aan kon, dat men wist hoe men op beleefde en beschaafde wijze met een ander diende te communiceren.

​Met een hardhandig doorgevoerd beschavingsoffensief als oplossing en ontspoorde discussies, scheldpartijen op internet, daaruit volgende vechtpartijen, bestormingen, plunderingen en andere vormen van burgerlijke onvrede als voorbeeld van hoe het niet moest, hebben ze het monster tegen zichzelf opgezet. De technologie van Google en Facebook die was ontwikkeld om computers taal te laten leren werd op grote schaal toegepast.

​De eerste stap was dat elke in Nederland aanwezige persoon van 12 jaar of ouder de cursus ‘Correct redeneren volgens de regels van Aristotelische logica’ moest volgen bij de dichtstbijzijnde, spoedig ingestelde Centra voor Heroriëntatie op Correcte Communicatie en wel binnen twee maanden. Bij in gebreke blijven werd je bestempeld als subversief. Dat was niet iets wat je graag wilde, want dan werd je opgepakt, kreeg je een kalmerend middel toegediend en werd je vastgebonden om deze cursus meerdere keren te ondergaan.

De tweede stap was dat iedereen verplicht op telefoon en andere devices een app moest installeren die je taal monitorde: gesproken en geschreven taal wel te verstaan. En in deze gloreiueze situatie zitten we nu. Deze apps functioneren permanent: als jouw uiting niet voldoet aan de communicatieregels die jou zijn bijgebracht in de Centra voor Heroriëntatie op Correcte Communicatie, dan krijg je een strafpunt.

Het eerste strafpunt levert je een boete op. Het tweede een nacht in een donkere politiecel waar je ondervraagd wordt op niet mis te verstane wijze. Bij je derde strafpunt, volledig volgens de three strikes, you’re out-regel die een baseballminnende beleidmaker van toen waarschijnlijk heeft ingesteld, word je thuis opgehaald en naar een Centrum voor Herhaaldelijke Insubordinatie gebracht. Wat er daar gebeurt weet ik niet, maar de geruchten beloven niet veel goeds…

Written by Prosper

9 mei 2018 at 16:55

Geplaatst in Uncategorized

Vreemde woorden

leave a comment »

Een van mijn heimelijke passies is het bezoeken van obscure, tweedehands boekwinkeltjes. Ze hebben vaak een deur met een rinkelend belletje. Achter de toonbank zit vaak een oud mannetje met een uilenbril op zijn hoofd je bedremmeld aan te staren, omdat je hem stoort tijdens het turen in oude prentenboeken met een vergrootglas. De muffe geur van beduimelde exemplaren van boeken die mensen niet meer willen lezen, onterecht dan wel terecht, dringt je neusgaten in. De mooiste van deze momenten heb ik in het buitenland beleefd, wanneer ik de lokale taal niet machtig was. Je blik glijdt dan langs alle ruggen, je gluurt dan tussen de boekenkasten door, meer omdat je de sfeer wil oppikken dan dat je een boek wil oppakken. Je vingertoppen tintelen als je een bijzonder vormgegeven dichtbundeltje uit het rek pulkt, je likt aan je vinger en bladert door een onbegrijpelijke wereld van klanken heen. Je spreekt de woorden zachtjes uit, je oefent als beginneling op veel te hoog niveau, maar dat is niet erg. Taal is geen gewichtheffen waarbij je een kwetsuur oploopt als je te hoog inzet. In het ergste geval is het als een abstract schilderij waar je de strekking volstrekt niet van begrijpt, maar je vindt de kleuren, de vormen, de penseelstreken zo mooi. Reden genoeg om zo’n schilderij thuis aan de muur te hangen, nietwaar?Vorige week was ik in zo’n boekwinkeltje in Innsbruck. Ik had mezelf een weekendje naar die stad cadeau gedaan. Anna moest voor haar werk toch een week naar een congres in Madrid. Ik had aanvankelijk met haar mee gewild, zodat ik door de Spaanse hoofdstad kon slenteren, maar ze had erop aangedrongen dat ik niet met haar mee ging. Ze wilde er eens met mij heen als ze niet hoefde te werken, dan konden we samen genieten van de geneugten van het zuidelijke leven.

Toen Anna weg was, merkte ik dat ik rusteloos werd. Ik besloot daarom zelf ook te kijken naar een mooie reisbestemming. Dat werd dus Innsbruck. Ik vloog vrijdagavond heen en zondagavond weer terug zodat ik twee dagen de tijd had om me onder te dompelen in de Oostenrijkse cultuur. Na een hele dag dolen door het historisch centrum belandde ik in een achterafstraatje, de Angerzellgasse. Wat hotelletjes in een vermoedelijk lagere prijscategorie, wat kebabzaken, een lampenwinkel en een aangename verrassing: het minieme tweedehands boekwinkeltje, Lesen macht glücklich. De zon stond laag en scheen vol de etalage in alsof ze mij erop wilde wijzen dat hier iets bijzonders te vinden was.

Grasduinend langs alle onbekende titels trof ik een boekje aan dat me fascineerde, Zukunft vorhersagen mit Rotz. Aangezien mijn Duits niet zo best is, vroeg ik aan het oudere heertje achter de kassa wat de titel inhield. Uit het gemompel van de hoogbejaarde maakte ik op dat de schrijver van het boekje, Norbert Zwingells, zich verdiept had in de toekomst voorspellen aan de hand van je snot.

Ik bladerde door het boekje en zag onsmakelijke zwart-witfoto’s van volgesnoten zakdoeken die pontificaal waren opengevouwen om de inhoud te tonen. Volgens de inhoudsopgave waren de afbeeldingen gerangschikt op vorm, kleur (al kon je die op de foto’s niet waarnemen), volume en Verklumptheid, wat ik op basis van de bijbehorende foto’s alleen maar kon vertalen met iets als klonterigheid. Hoewel ik sommige aanblikken nogal onsmakelijk vond, besloot ik het boekje toch te kopen, deels omdat ik zelf op dat moment snipverkouden was en ik voor de gein eens wilde zien welke toekomst volgens Norbert Zwingells voor mij in het verschiet lag, en deels omdat het boekje maar twee euro kostte.

Mijn blik sprong nog wat op en neer door het boekje en besloot in de winkel te kijken of ik me zorgen moest maken over mijn toekomst of dat ik me juist kon verheugen op wat er komen ging. De man achter de kassa was vrij vlot na de transactie in een stoel gaan zitten met zijn ogen dicht, maakte knorrende geluiden en leek op het punt te staan om te gaan knikkebollen. Hij oogde niet te druk om mij te helpen bij het vertalen van voor mij onbegrijpelijke passages.

Ik haalde een papieren zakdoek uit mijn broekzak en snoot mijn neus hard en lang, zodat ik de volledige slijmerige neusinhoud te pakken had. Ik kneep mijn neus dicht met mijn rechterhand om de laatste restjes mee te plukken en legde de zakdoek open en bloot bovenop een lager boekenkastje zodat ik mijn handen vrij had om het boekje te raadplegen.

​Snel bladerde ik wat op en neer door het boekje om te zien welke foto de meeste overeenkomsten vertoonde met de inhoud van mijn zakdoek. Toen ik bepaald had wat de betreffende foto was, las ik de bijbehorende toekomstvoorspelling. In grote lijnen kon ik het wel volgend, maar voor de zekerheid kuchte ik om de aandacht van het oudere heertje achter de kassa te trekken en ik vroeg hem of mijn interpretatie juist was. Blijkbaar zou ik op dezelfde dag dat ik deze neusinhoud uitgeblazen had een onaangename ontdekking doen aangaande mijn relatie.

Gedachten schoten door mijn hoofd. Een onaangename ontdekking? Hier in Innsbruck? Anna zat in Madrid dus hoe moest dat dan in zijn werk gaan? Ik wuifde de gedachte weg, bedankte het heertje, stak het boekje in mijn zak liep naar de deur. De zon scheen nog steeds en toen ik de deur opende keek ik recht tegen het licht in, ik werd behoorlijk verblind.

Ik zette een stap buiten en ik zag aan de overkant van de straat de ingang van een smoezelig hotelletje. Een man en een vrouw liepen arm in arm naar buiten. De vrouw leek sprekend op Anna, of vergiste ik me nu? Ik hield mijn arm boven mijn ogen, zodat ik minder last had van de zon. Ze leek er echt als twee druppels water op. Ik wilde de straat oversteken, maar door het verkeer moest ik even wachten. Ik hield een passerende taxi tegen en moest wachten op een vrachtwagen die van de andere kant kwam. Toen die eenmaal voorbij was gereden, zag ik het stelletje niet. Ik rende naar het einde van de straat in welke richting ze waren gelopen en keek in elke richting. Ze waren spoorloos verdwenen.

Written by Prosper

7 mei 2018 at 11:00

Geplaatst in Uncategorized

Aan de afgrond

leave a comment »

De eland drentelde voor de deur van het kringloopcentrum ’t Goed. Hij had zijn blik bier al een tijdje leeg. Als de medewerkster die hij al omgedoopt had tot De Trol en die een kwartier geleden al via de personeelsingang naar binnen was gegaan nu eindelijk eens opschoot, dan kon hij de benodigde spullen halen en dan weer naar de supermarkt voor een nieuw blik. Zij had hem vermoedelijk niet gezien. Ze loenste, had hij opgemerkt, en de eland wist van vroeger dat loensende dieren niet zo bijster opmerkzaam waren. Of snel. Of intelligent.

De deur ging eindelijk open en de eland stapte naar binnen. Een steriel halletje met een roltrap naar boven. Langzaam een niveau stijgend keek de eland zijwaarts in de spiegels aan de wand langs de roltrap. Een treurige aanblik. Regenjas, hangende schouders, ongeschoren kop, wallen onder zijn ogen, een half afgebroken gewei. De eland wendde zijn blik af. Hij was hier met een doel. Een salontafeltje, een matras, een luie stoel. Daarmee kon hij zijn flat eindelijk inrichten. En indien ze hier verkocht werden, wilde hij wat overhemden kopen. Dan kon hij weer met wat meer fatsoen over straat. Misschien zelfs ergens op sollicitatiegesprek. Met een regenjas als enige kledingbezit vond hij dat niet kunnen.

’t Goed was een ruime kringloopwinkel. Aan het einde van de roltrap keek de eland zijn ogen uit. Wat een uitgestrekte hoeveelheid rommel! De zooi was wel bij elkaar gegroepeerd, maar binnen die ordening kon de eland het systeem niet herkennen. Het leek maar willekeurig naast elkaar gesmeten. Rechts zag hij videorecorders en videobanden opgestapeld liggen. Links een stellage met allerhande koffiemokken, met opdrukken die vaal geworden waren van de vele afwasbeurten. Verder in de winkel zag hij rekken met pantoffels, tegen de muur hingen wandtapijten, verderop stonden boekenkasten naast schemerlampen. Een diepe zucht ontsnapte aan de eland.

Hij draaide zich om en zag de kassa, waar De Trol prijskaartjes op kandelaars aan het plakken was. Hij vroeg zich af hoe zij die stickertjes fatsoenlijk erop kreeg, omdat haar beide ogen een andere kant op keken. Hij zette zich aan de tocht erheen, misschien dat zij hem kon wijzen waar hij de spullen van zijn lijstje kon vinden.

Onderweg passeerde de eland nog krantenbakken, kapstokken, verwarmings-kacheltjes en een heuse schrijftafel. Het was alsof de eland zich in een soort Ikea bevond, maar dan voor sloebers, verschoppelingen, uitkeringstrekkers en schuldenaren. Doordat hij aan Ikea dacht, moest de eland onbedoeld aan Zweden denken. Ach, Zweden… Hij miste het.

De eland had Zweden ‘middels een uitzettingsprocedure moeten verlaten’. Dure woorden voor ‘eruit geflikkerd.’ En dat allemaal vanwege zijn drankprobleem. Of dat nog niet eens. Vanwege ‘de excessen als gevolg van zijn buitensporige inname van sterke alcoholhoudende dranken.’ Daarmee zullen ze wel dat incident met die schoolbus bedoeld hebben. Maar daar kon de eland echt niets aan doen. Hij gaf toe dat hij dat schoolbusje niet had moeten omduwen. Maar hij stond daar op de weg met een hoofdpijn zo sterk dat de eland zijn ogen permanent dicht moest houden, anders knalden z’n harses door zijn oogkassen naar buiten. En die chauffeur van dat busje maar toeteren. En die kinderen allemaal maar zwaaien en blèren. Ja, en toen duwde hij tegen dat busje. Niks ernstigs, normaal gesproken. Maar dat dat busje het ravijn in donderde, dat had de eland ook niet kunnen zien aankomen.

Dat er zes van de tien kinderen waren omgekomen was gewoon botte pech. De officier van justitie had een voorbeeld willen stellen: ‘de maat was vol’, ‘tot hier en niet verder’, ‘de grenzen van het toelaatbare waren al lang gepasseerd’. De eland moest het land uit. Hij had een overgrootmoeder, of een betovergrootvader uit Nederland of zoiets. Op die gronden moest Nederland hem accepteren.

En dan beland je bij het kringloopcentrum. Want ja, de eland kende niemand, bezat geen nagel om aan zijn kont te krabben.

De eland was bijna bij de kassa, toen hem vanuit een ooghoek iets opviel. Aan een draairekje hing een flessenopener in de vorm van een eland. De eland pakte het van het rekje. Het ijzer was zo gegoten dat het een gewei vormde waarmee je een flesje bier in een handomdraai kon openen. Plotsklaps wist de eland dat hij deze opener móést hebben. Hij wilde er helemaal niet voor betalen, dit was zijn flessenopener, De Trol had het recht niet om zijn flessenopener hier tentoon te stellen. Hij liet de flessenopener in een van de zakken van zijn regenjas glijden, en keek over zijn schouder. De Trol keek hem met één oog aan en plakte een volgend prijskaartje op een kandelaar.

Written by Prosper

16 april 2018 at 14:46

Geplaatst in Uncategorized