Van Voorheen en Laatst

Een blog over Prosper en over wat er zoal in zijn hoofd omgaat

Aan de afgrond

leave a comment »

De eland drentelde voor de deur van het kringloopcentrum ’t Goed. Hij had zijn blik bier al een tijdje leeg. Als de medewerkster die hij al omgedoopt had tot De Trol en die een kwartier geleden al via de personeelsingang naar binnen was gegaan nu eindelijk eens opschoot, dan kon hij de benodigde spullen halen en dan weer naar de supermarkt voor een nieuw blik. Zij had hem vermoedelijk niet gezien. Ze loenste, had hij opgemerkt, en de eland wist van vroeger dat loensende dieren niet zo bijster opmerkzaam waren. Of snel. Of intelligent.

De deur ging eindelijk open en de eland stapte naar binnen. Een steriel halletje met een roltrap naar boven. Langzaam een niveau stijgend keek de eland zijwaarts in de spiegels aan de wand langs de roltrap. Een treurige aanblik. Regenjas, hangende schouders, ongeschoren kop, wallen onder zijn ogen, een half afgebroken gewei. De eland wendde zijn blik af. Hij was hier met een doel. Een salontafeltje, een matras, een luie stoel. Daarmee kon hij zijn flat eindelijk inrichten. En indien ze hier verkocht werden, wilde hij wat overhemden kopen. Dan kon hij weer met wat meer fatsoen over straat. Misschien zelfs ergens op sollicitatiegesprek. Met een regenjas als enige kledingbezit vond hij dat niet kunnen.

’t Goed was een ruime kringloopwinkel. Aan het einde van de roltrap keek de eland zijn ogen uit. Wat een uitgestrekte hoeveelheid rommel! De zooi was wel bij elkaar gegroepeerd, maar binnen die ordening kon de eland het systeem niet herkennen. Het leek maar willekeurig naast elkaar gesmeten. Rechts zag hij videorecorders en videobanden opgestapeld liggen. Links een stellage met allerhande koffiemokken, met opdrukken die vaal geworden waren van de vele afwasbeurten. Verder in de winkel zag hij rekken met pantoffels, tegen de muur hingen wandtapijten, verderop stonden boekenkasten naast schemerlampen. Een diepe zucht ontsnapte aan de eland.

Hij draaide zich om en zag de kassa, waar De Trol prijskaartjes op kandelaars aan het plakken was. Hij vroeg zich af hoe zij die stickertjes fatsoenlijk erop kreeg, omdat haar beide ogen een andere kant op keken. Hij zette zich aan de tocht erheen, misschien dat zij hem kon wijzen waar hij de spullen van zijn lijstje kon vinden.

Onderweg passeerde de eland nog krantenbakken, kapstokken, verwarmings-kacheltjes en een heuse schrijftafel. Het was alsof de eland zich in een soort Ikea bevond, maar dan voor sloebers, verschoppelingen, uitkeringstrekkers en schuldenaren. Doordat hij aan Ikea dacht, moest de eland onbedoeld aan Zweden denken. Ach, Zweden… Hij miste het.

De eland had Zweden ‘middels een uitzettingsprocedure moeten verlaten’. Dure woorden voor ‘eruit geflikkerd.’ En dat allemaal vanwege zijn drankprobleem. Of dat nog niet eens. Vanwege ‘de excessen als gevolg van zijn buitensporige inname van sterke alcoholhoudende dranken.’ Daarmee zullen ze wel dat incident met die schoolbus bedoeld hebben. Maar daar kon de eland echt niets aan doen. Hij gaf toe dat hij dat schoolbusje niet had moeten omduwen. Maar hij stond daar op de weg met een hoofdpijn zo sterk dat de eland zijn ogen permanent dicht moest houden, anders knalden z’n harses door zijn oogkassen naar buiten. En die chauffeur van dat busje maar toeteren. En die kinderen allemaal maar zwaaien en blèren. Ja, en toen duwde hij tegen dat busje. Niks ernstigs, normaal gesproken. Maar dat dat busje het ravijn in donderde, dat had de eland ook niet kunnen zien aankomen.

Dat er zes van de tien kinderen waren omgekomen was gewoon botte pech. De officier van justitie had een voorbeeld willen stellen: ‘de maat was vol’, ‘tot hier en niet verder’, ‘de grenzen van het toelaatbare waren al lang gepasseerd’. De eland moest het land uit. Hij had een overgrootmoeder, of een betovergrootvader uit Nederland of zoiets. Op die gronden moest Nederland hem accepteren.

En dan beland je bij het kringloopcentrum. Want ja, de eland kende niemand, bezat geen nagel om aan zijn kont te krabben.

De eland was bijna bij de kassa, toen hem vanuit een ooghoek iets opviel. Aan een draairekje hing een flessenopener in de vorm van een eland. De eland pakte het van het rekje. Het ijzer was zo gegoten dat het een gewei vormde waarmee je een flesje bier in een handomdraai kon openen. Plotsklaps wist de eland dat hij deze opener móést hebben. Hij wilde er helemaal niet voor betalen, dit was zijn flessenopener, De Trol had het recht niet om zijn flessenopener hier tentoon te stellen. Hij liet de flessenopener in een van de zakken van zijn regenjas glijden, en keek over zijn schouder. De Trol keek hem met één oog aan en plakte een volgend prijskaartje op een kandelaar.

Advertenties

Written by Prosper

16 april 2018 at 14:46

Geplaatst in Uncategorized

Eten of gegeten worden

with one comment

“God-nog-an-toe,” mompelde Otto binnensmonds, “en nu werpt die moeder zich ook nog eens ter aarde.” Hij liet zijn fototoestel zakken, draaide zijn blik naar zijn tolk en droeg deze op om tegen de moeder te zeggen dat ze op moest staan en door moest lopen, maar de tolk bleef stil staan, de handen gevouwen.

De drie mannen die elk een kind in een lijkwade droegen, hielden halt. De rest van de lijkstoet kwam tot stilstand. De moeder stootte geknield schrille kreten uit.

Ja, ja, je kind is overleden, boehoe!, dacht Otto. Hij keek naar de vale avondzon. Als dit nog lang ging duren, zou de lichtval ongeschikt zijn voor een foto. Hij kon zijn flits gebruiken, maar dat verpestte alle schijn van authenticiteit. De stoet moest verder doorlopen door deze steeg, anders kreeg hij de dorre boom aan de rechterkant van de straat er niet goed op. Maar Otto wist niet hoe hij deze treurende mensenmassa in beweging moest krijgen.

Mensen met emoties, daar valt niet mee te werken, dacht Otto. Je zou toch denken dat mensen in een door oorlog geteisterd gebied wel anders om zouden gaan met verlies. Na al die jaren van ellende zou je toch een zekere mate van gewenning moeten ervaren? Je zou hier inmiddels toch immuun voor moeten zijn? Het lichaam dat stelselmatig wordt aangevallen door bacteriën, bouwt antistoffen op en wordt weerbaarder, maar de moeders hier verliezen zoon op zoon op zoon, maar elke keer staan ze weer te jammeren en te grienen alsof het hun eerstgeborene is die doorzeefd is. Ze zouden eens een voorbeeld moeten nemen aan Otto zelf. Hij had hier de afgelopen twee jaar menig kind neergeschoten, leeggebloed, zelfs onthoofd zien worden en het raakte hem inmiddels niet meer. De eerste paar keren was hij in shock geweest, had slecht geslapen door de nachtmerries, maar nu leek elk lijk er een uit een serie op Netflix. Je zag ze wel, maar je wist dat het niet echt was. Zo moest je het bekijken, dan kon je tenminste functioneren. Maar deze mensen… Zwakkelingen.

Dank je de koekoek dat hij bij zijn eerstvolgende opdracht nog eens een Palestijns of Syrisch gebied in zou trekken om daar de ‘misstanden’ aan de kaak te stellen met een fotoreportage.

Ooit, in een vlaag van verstandsverbijstering was Otto geïnteresseerd geraakt in menselijk lijden. Het leek hem plots een goed idee, werken in oorlogsgebieden. Zie iets van de wereld! Beleef de ontzetting van dichtbij! Hij wilde wreedheid, strijd, onmenselijkheid fotograferen.

Misschien kwam dat door een gebrek aan spektakel in zijn eigen leven. Het enige verontrustende wat hij in Nederland ooit had gefotografeerd was een uit de hand gelopen opstootje langs de zijlijn van het voetbalveld bij de amateurwedstrijd BVC’28 Bingelrade tegen VKC’89 Hoensbroek.

Grommende, rood aangelopen mannen, grijs en kalend, spuug uitslaand terwijl zij geëmotioneerd scheldwoorden naar de scheidsrechter, naar de tegenstander, soms zelfs naar dorpsgenoten slingerden. Na dat incident was hij gefascineerd geraakt door wat mensen elkaar in woede kunnen aandoen. Hij was gruwelijke plaatjes en onthoofdingsfilmpjes op internet gaan opzoeken.

Het opzoeken van plaatjes werd het afreizen naar gebieden die een negatief reisadvies hadden: Libië, Irak, Syrië, Afghanistan, hij was er allemaal geweest. Hij had eerst op eigen houtje foto’s gemaakt en die opgestuurd naar allerlei media. Uiteindelijk bleek zijn huidige opdrachtgever, een weekblad met een voorkeur voor shock and awe-reportages met bijbehorend beeldmateriaal, gretig van zijn diensten gebruik wilde maken. Zijn foto’s pasten bij het beeld dat het blad wilde schetsen van de barbaarse wilden uit het oosten die zonder enig inlevingsvermogen verkrachtten, verminkten en doodden.

Toen de moeder uiteindelijk opkrabbelde merkte Otto dat het te laat was. Het moment voor de ideale foto was voorbij. Hij ergerde zich aan dit klotedorp met zijn achterlijke inwoners. Ze waren simpelweg te dom om hem te begrijpen.

Otto dacht met weemoed terug aan zijn vroegere werkzaamheden als fotograaf, toen hij foto’s van gerechten maakte voor promotiemateriaal van restaurants. Hij snakte naar de bereidwilligheid van een takje rozemarijn, naar het gemak waarmee garnalenkroketjes te rangschikken zijn, de volledige overgave van tapenade van zongedroogde tomaten.

Hij draaide zich weer naar de tolk. “Is er hier een goed restaurant in de buurt?”

Written by Prosper

6 maart 2018 at 20:45

Geplaatst in Uncategorized

De laatste woorden

with one comment

Ik voel me er zo vreselijk schuldig over. Dat is gek, want als je erover nadenkt: wat heb ik nou werkelijk met Torwald of Annika te maken? En Berend en Yannick zijn zo mogelijk nog onbekender. Tot vorige week had ik nog nooit van ze gehoord. Ik leefde zorgeloos en maakte dagelijks wandelingen over het strand. En kijk nu eens naar me: ik ben een wrak. Ik slaap slecht, mijn eetlust is me vergaan. En dat allemaal door die brief.

Mijn huisje in Rockanje ligt vlakbij het strand, aan de Swinsedreef, ietsje voorbij de begraafplaats, maar nog voor je bij Grand café Swins bent. Die tocht maak ik nog steeds dagelijks, maar nu niet meer om uit te waaien, maar om de striemende regen me te laten tuchtigen.

Vorige week donderdag waaide het stevig. Dat zijn de mooiste dagen voor een strandwandeling. De wolken drijven dan snel over boven een wilde zee. Die onstuimigheid boven mijn hoofd en tot aan de horizon helpen me relativeren. Niet alleen mijn leven is woest. Tijdens mijn wandeling vond ik een aangespoelde fles. Geen etiket, een gewone wijnfles. Ik hou er niet van als mensen hun rommel op het strand achterlaten, dus ik wilde die fles meenemen om hem later weg te gooien. Ik zag dat er een opgerold stukje papier in die fles zat. Ik schroefde de dop eraf en haalde het briefje eruit.

Het was een brief van Torwald aan Annika, een afscheidsbrief. Ik heb hem daar op het strand staan lezen, met die fles onder mijn arm. Na afloop brak er iets. Ik heb gejankt als een klein kind. Ik wilde die brief in mijn zak stoppen om hem later nog eens terug te lezen maar een windvlaag rukte hem uit mijn handen en ik was niet in staat om hem in te halen. Flarden van de brief zitten nog in mijn hoofd, maar het is onvoldoende. Ik moet harder mijn best doen om de details door te kunnen geven. Aan Annika.

Want Torwald schreef zo liefdevol over haar. Dat hij veel meer van haar hield dan Yannick. Dat Torwald op die benefietavond zo onopvallend mogelijk, maar eindeloos naar haar had gestaard. Ze leek ongelukkig. Waarom, dat begreep hij later pas. Dat hij Yannick er al jaren op had gewezen dat hij haar beter moest behandelen. Maar Yannick had hem gezegd dat hij zich beter met hun bedrijf kon bemoeien. De avond die Annika en Torwald samen op zijn boot hadden doorgebracht was de avond van het meest intense geluk dat hij ooit had geproefd, maar die zo desastreus eindigde toen Berend de volgende ochtend de boot kwam inspecteren en hen betrapte. Hij had Berend gesmeekt. Maar tevergeefs. Blijkbaar wist Yannick er voor het benefiet al van en Annika had na een slaande ruzie besloten om haar liefde voor Torwald te begraven. Torwald was in zijn eentje gaan kamperen vlakbij de Biesbosch, Yannick wilde niet meer mee op hun jaarlijkse trip. De fles was leeg, de brief was geschreven en hij zou zo meteen het water in lopen om de brief bij haar te bezorgen.

Ze moet het weten. De woorden waren zo breekbaar en puur. Als ik ze nog kon reproduceren zou ik Annika opzoeken en haar door elkaar schudden. Ze heeft een verkeerde keuze gemaakt.

Maar ik ben de brief kwijt. Die is vervlogen. Torwalds laatste woorden zijn er niet meer.

Written by Prosper

26 februari 2018 at 21:46

Geplaatst in Uncategorized

De kou op je huid

leave a comment »

Teemu zat op zijn kleine krukje en wachtte.

Niets had hem de afgelopen dagen van zijn stuk gebracht: de nachtelijke vrieskou, dwarrelende sneeuwvlokken, in de verte passerende ijsberen, poolvossen die soms nieuwsgierig met gespitste oren hun kop boven een sneeuwbank uitstaken, krakend ijs. Hij bleef zitten.

Zijn buurvrouw, Ivalu, was ertoe overgegaan om een nap met vissoep bij zijn krukje neer te zetten. Teemu aan zijn lot overlaten kon ze niet over haar hart verkrijgen. Sommige van zijn dorpsgenoten meenden dat hij de boze geesten probeerde te verjagen. Ze bewonderden zijn volharding in deze taak. Hij zou hen beschermen tegen Het Kwaad dat ’s nachts over het ijs raasde en vooral aasde op de kleine kinderen om hen in hun slaap mee te nemen; hun moeders, geschokt door het dramatische verlies, wiegden hun koude lijfjes ’s ochtends zachtjes op en neer en huilden stil. In de hoop dat Teemu hun pipaluk zou beschermen, waren het sinds Ivalu ermee begonnen was vooral de moeders die Teemu eten brachten.

Niet dat Teemu reageerde op deze liefdadigheid. Alleen als het hongergevoel te sterk werd, graaide hij de nap uit de sneeuw en verorberde de inmiddels halfbevroren vissoep.

Hij probeerde zo weinig mogelijk te knipperen terwijl hij in de verte tuurde. Sneeuwvlokken plakten zijn wimpers aan elkaar. Hij zat diep in zijn kolitark gedoken en ademde wolkjes uit. Als het licht genoeg was probeerde hij door de talloze vlokken sneeuw heen te kijken. Hij meende haar te herkennen. In de verte, in een sneeuwbank, in een ijsschots. Elke keer werd hij weer verraden en was het niet wat hij dacht.

Naduk, liefste,” had ze gezegd, “ik kom terug. Wacht geduldig, want ik kom terug.”

Acht zomers geleden was Nuuni na een moeizame bevalling in het kraambed overleden. Hun zoontje Aannguaq had geen schijn van kans gehad zonder zijn moeder. De vrouwen uit het dorp probeerden nog wat ze konden, maar een baby heeft zijn moeder nodig.

Teemu was alleen achtergebleven. De dorpsgenoten hadden het echt geprobeerd. Ze hadden hem bij hen uitgenodigd, hadden hem in zijn eigen tent gezelschap gehouden. Ze namen hem mee op jacht om voor afleiding te zorgen. Maar zoals dat gaat, neemt de interesse in rouwende mensen snel af. Het verdriet slijt vele malen sneller bij de anderen. Teemu bleef somber.

Tot vorige week. Toen was ze in zijn droom verschenen. Ze zweefde boven hem en had haar rechterhand naar hem uitgestrekt en die woorden gefluisterd. Toen hij wakker was geworden had hij aanvankelijk een naar gevoel, alsof het gemis weer in volle hevigheid terug was. Maar toen pas drongen de woorden die ze had gezegd tot hem door. Hij moest op haar gaan wachten.

Maar nu het alweer donker was en een gemene sneeuwstorm was opgestoken, had hij het zwaar. De ijzige wind sneed in zijn vlees om zijn botten van elkaar te rijten. Teemu voelde zijn voeten en handen allang niet meer. Wrijven deed meer pijn dan goed, dus hij maakte zich kleiner en kleiner, alsof hij een ijsklomp was, afwachtend totdat hij ondergesneeuwd raakte. De ingeademde lucht klauwde om zich heen in zijn longen. Maar niet ademen was geen optie. Hij probeerde het met minimale teugjes lucht. Teemu hoopte dan Nuuni snel zou komen, hij wist niet hoe lang hij deze vriezende hel tegenstand kon bieden. Hij sloot zijn ogen en dacht even aan niks…

Toen hij zijn ogen weer open deed, stond ze voor hem. “Teemu, naduk, ik ben er,” zei ze. De kou en de duisternis waren verdwenen, het was windstil. De vermoeidheid, de pijn in zijn ledematen, alles was weg. Hij stond op en omhelsde haar. Een traan ontsnapte aan zijn oog. Ze was weer bij hem terug.

Hij hoorde een gil. Zonder Nuuni los te laten draaide hij zich om en hij zag Ivalu geknield bij een levenloos hoopje mens. Hij zag niet wie daar lag, het enige wat hij herkende was zijn eigen kolitark.

Written by Prosper

7 februari 2018 at 20:57

Geplaatst in Uncategorized

De sekstaks

with 2 comments

Hugo Verlaeck zat op de rand van het bed en zuchtte. Hij keek naar de geplastificeerde prijslijst in zijn handen. Het zweet aan zijn vingers liet vluchtige vlekken achter. Hij legde het overzicht naast het bed op het nachtkastje neer en wreef met zijn handpalm over zijn rechteroog. Had hij hier wel zin in? Zijn kleren aantrekken en naar zijn kantoor, misschien was dat beter. Maar dat zou Minnie niet leuk vinden, hij kon nu niet terug. Hugo pakte de lijst toch weer op een bekeek de prijzen, opnieuw.


Omhelzingen 10
Streling van niet-erogene zones 25
Kneden van billen 30
Kneden van borsten 30
Anale stimulatie 50
Onanie 75
Fellatio 75
Cunnilingus 75
Vaginale penetratie 100
Anale penetratie €100


 

Minnie was inmiddels op bed gekropen en sloeg een arm om hem heen. Hugo meende het trrk-trrk-trrk van het gele kastje bij de deuropening al te horen. Tien euro betalen voor zoiets intiems als een omhelzing, Hugo vond het een schande. Al deze handelingen… De aandrang weg te gaan keerde weer terug. Hij wilde gewoon dat hij, zoals in het verleden, onbekommerd zijn vrouw in zijn armen kon nemen en haar kon liefhebben zoals hij dat wenste zonder aan het einde van de rit een gepeperde rekening te ontvangen. Maar de tijden waren veranderd.

Eerder die dag had Hugo in zijn woonkamer op de bank gezeten, terwijl de installateur plagerig gaten in de muur en de vloer van zijn slaapkamer boorde. Hugo had gehoord dat sommige mensen deze apparaten uit frustratie uit het raam hadden gegooid, vandaar dat ze tegenwoordig stevig bevestigd werden. Hugo pakte zijn kop thee van tafel en merkte dat zijn handen lichtjes trilden. Hij blies de damp weg en tastte met zijn lippen aan de rand van zijn kop thee.  Toen de installateur klaar was en naar het volgende adres vertrok, drukte hij Hugo nog de prijslijst in handen: het tastbare bewijs dat de overheid nu ook invloed had op zijn seksleven.

Hij vond het een belachelijk idee, maar hij kon niets anders dan zich erbij neerleggen. Overal werden ze geplaatst, de Seksuele Motoriek Scanners. Als mensen intieme handelingen verrichtten, registreerden deze scanners alles: met wie, waar, welke exacte handelingen… En aan het einde van de maand mocht je afrekenen. Een staaltje van moderne techniek in een kastje zo groot als een stopcontact. In de openbare ruimte stonden ze al langer, maar sinds twee maanden werden ze ook bij mensen thuis geïnstalleerd. En vandaag was Hugo dus aan de beurt geweest.

Hugo vermande zich. Hij draaide zich om naar Minnie. Ze zag er verleidelijk uit in haar doorschijnende negligé. Ze hadden al zo lang geen seks meer mogen hebben. Met de Seksuele Motoriek Scanner in huis mocht het weer. Hij kon zijn vrouw nu toch niet meer teleurstellen? Hij beantwoordde haar omhelzing en zoende haar. Meteen hoorde hij weer dat libidoverlagende geluid van het kastje, trrk-trrk-trrk. Hoewel het maar een subtiel geluidje was, dreunde het door in zijn hoofd. Het riep in hem een beeld op van een roedel hijgerige belastinginspecteurs die naast zijn bed stond te kijken hoe hij seks had met Minnie.

Hugo stond met een ruk op, Minnie in verbazing achterlatend. Hij greep de stoel die naast zijn bed stond en stormde op het kastje af. Hij sloeg en sloeg en sloeg totdat de stoel in splinters op de grond lag en hij alleen nog een deel van de rugleuning in zijn handen had. De tranen liepen over zijn ogen. Hij zag dat het kastje nog steeds aan de muur hing, ongeschonden.

Written by Prosper

18 november 2017 at 13:27

Geplaatst in Uncategorized

Erna

with 2 comments

Lieveling,

Door het bovenraampje
zie ik je
naakt
met je collega,
dat onderdeurtje,
boven-
en onderling
in elkaar verstrengeld.

Zal ik je anders
noemen?

Naast alle
gruwelijke dingen
die ik je wil aandoen,
noem ik je voortaan
hateling.

Written by Prosper

16 oktober 2017 at 13:31

Geplaatst in Uncategorized

Bij voorbaat verloren staarwedstrijd

with 2 comments

In de gang schuif ik langs de muren,
mijn ogen naar de grond gericht.
Je ziet amper mijn gezicht,
want ik kan hun blikken niet verduren.

Als zij oogsgewijs beledigingen afvuren
klap ik volledig dicht.
Kon ik maar als tegenwicht
een zelfde vechtersblik inhuren.

Als blikken konden doden
dan leefde ik niet erg lang.
De grimmige gedragscode

tijdens de leswisselingen op de gang
maakt het mij verboden
me anders te voelen dan bang.

Written by Prosper

1 oktober 2017 at 20:03

Geplaatst in Uncategorized