Van Voorheen en Laatst

Een blog over Prosper en over wat er zoal in zijn hoofd omgaat

Erna

with 2 comments

Lieveling,

Door het bovenraampje
zie ik je
naakt
met je collega,
dat onderdeurtje,
boven-
en onderling
in elkaar verstrengeld.

Zal ik je anders
noemen?

Naast alle
gruwelijke dingen
die ik je wil aandoen,
noem ik je voortaan
hateling.

Advertenties

Written by Prosper

16 oktober 2017 at 13:31

Geplaatst in Uncategorized

Bij voorbaat verloren staarwedstrijd

with 2 comments

In de gang schuif ik langs de muren,
mijn ogen naar de grond gericht.
Je ziet amper mijn gezicht,
want ik kan hun blikken niet verduren.

Als zij oogsgewijs beledigingen afvuren
klap ik volledig dicht.
Kon ik maar als tegenwicht
een zelfde vechtersblik inhuren.

Als blikken konden doden
dan leefde ik niet erg lang.
De grimmige gedragscode

tijdens de leswisselingen op de gang
maakt het mij verboden
me anders te voelen dan bang.

Written by Prosper

1 oktober 2017 at 20:03

Geplaatst in Uncategorized

Voor een dag van morgen (vrij naar Hans Andreus)

with 2 comments

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan of mijn dromen
bereikt zijn of juist niet.
Vertel me of ik
alle dagen vrolijk was
of er juist krassen vast-
gegrift zijn op mijn ziel.
Vertel me of ik
slim genoeg ben om mijn dood te begrijpen.
Vertel me of een vriend
langs kwam bij tijd en wijle.
Vertel me of ik in ziekenhuizen alleen,
waar ik eenzaam zat,
een afdoende thuisgevoel had.
Maar vertel me niet dat het goedkomt.
Ik zal je niet geloven.
Ik kom het niet te boven als
alleen dan,
alleen door jou,
een mens een mens zo voorliegt
als jij nou.

Written by Prosper

23 september 2017 at 20:18

Geplaatst in Uncategorized

De val

with 3 comments

Loom dwarrelt
het blaadje van
de tak naar de
aarde
maar zwicht
toch voor wat
komen gaat.
Festina lente
in de herfst.

De dood telt
de seconden niet.
Dat laat ze aan ons.
Uiteindelijk krijgt
de vergankelijkheid
iedereen op bezoek.

Written by Prosper

23 september 2017 at 20:12

Geplaatst in Uncategorized

De sluipschutter

with 2 comments

In eerste instantie hebben de bezoekers van het plein niks in de gaten. Het geluid van het schot weerkaatst tussen de flatgebouwen rondom het plein en de mensen kijken allen omhoog, naar de bewolking, alsof er een dreigend onweer losbarst. Maar ze weten nog niet dat het onheil allang is geschied.

Pas dan ziet een vrouw, ik denk de moeder, het kind languit op haar buik op de trappen van de fontein liggen. Bloed sijpelt van de trappen, de iPhone waarmee het kind net nog een selfie wilde maken ligt drie meter verderop, door de impact van het schot. Een ijle schreeuw klinkt over het plein. Als die sterft blijft het een fractie van een seconde ijzig stil.

Dan begint het schouwspel waar het me om te doen is. Ik heb er inmiddels vierendertig keer naar gekeken in al die jaren, maar elke keer verbaast het me weer hoe wonderlijk de choreografie van een mensenmassa in paniek verloopt.

Alsof een regisseur het startsein geeft, rennen mensen massaal naar de randen van het plein. Daar drommen ze samen in portieken, onder afdaken, onder luifels, onder reclameborden. De uitdrukkingen op hun gezichten zijn de moeite van het vastleggen waard. De moeder die haar baby dicht tegen zich aandrukkend haar ogen dichtknijpt en hoofdschuddend haar gezicht naar de grond wendt. Het oudere paartje dat met ongelovige, grote ogen en bibberende lippen angstig naar de lucht tuurt, terwijl ze zich tussen de voorgedrongen jongeren proberen te wurmen. Dit soort momenten kun je niet vervangen door de paniek van een individu. Gedeelde paniek is verdubbelde paniek.

Ik sta dan ook onder een boom alles zorgvuldig te filmen, zodat deze opnamen na montage aan mijn collectie kunnen worden toegevoegd. Hoewel ik niet degene ben die het schot lost, en ik dus ook niet snel verdacht zal worden, blijft het toch noodzaak de precaire balans te vinden: voldoende beeldmateriaal schieten maar niet te lang blijven dralen op het plein. Sowieso moet ik weg zijn voordat de hulpdiensten arriveren, meestal binnen vijf tot zeven minuten.

Het kost een aardige duit om elke keer weer iemand te vinden die het schot wil lossen. Al is er op internet veel mogelijk, als je maar op de juiste plekken kijkt. Je zou verbaasd zijn hoeveel deskundige sluipschutters die geen vragen stellen je anoniem kunt vinden als je maar genoeg betaalt. Minutieuze voorbereiding en achterdocht als basishouding hebben ervoor gezorgd dat ik nu al voor de vierendertigste keer mijn camera opberg, de rand van mijn hoed naar beneden trek en richting de toegangsweg naar het plein loop, waar de minste mensen samendrommen.  

Written by Prosper

19 juli 2017 at 17:10

Geplaatst in Uncategorized

Schijnbewegingen

with 2 comments

Je moet je dat zo’n beetje voorstellen als een intro van een grote Hollywoodproductie. Wij als kijker glijden door de wolken en langzaam maar zeker wordt de daling ingezet. Hier en daar nog wat plukjes wolken die het zicht ietwat belemmeren maar niet zo sterk dat je de fantastische skyline van onze hoofdstad niet kunt zien: de zonnestralen belichten alle goede kanten, een roodgele gloed die alles verwarmt en mild stemt. De wolkenkrabbers die statig de hoogte in rijzen, de kettingbrug die boven de fonkelende rivier forensen aanspoort om vol enthousiasme en nieuwsgierigheid met een glimlach de nieuwe werkdag tegemoet te treden. Wij als kijker zweven tussen alle hoogbouw en voelen de aangename zomerlucht, zien de mensen in torenflats naar ons zwaaien, we zwaaien uiteraard terug. We horen de duiven op de daken zachtjes koeren. Wanneer we op de stoep van een van de straten van deze welhaast perfecte stad landen, nemen we een wandeltempo aan en zwenkt onze blik naar links en naar rechts. Links en rechts passeren de mooiste mensen ons: een breedgeschouderde jongeman, strak in het pak, een vakkundig aangebrachte scheiding in zijn haar, een glimlach waardoor je zijn parelwitte tanden in vol ornaat kunt zien, geeft ons een bemoedigend klopje op onze schouder; een blondine met een twinkeling in haar ogen en een donkerblauwe jurk die de contouren van haar lichaam frivool accentueren, knipoogt naar ons. Het voelt als thuiskomen: iedereen kent ons. Zwaait naar ons. Groet ons. Wil ons aanraken.

Walgelijk…

We slaan rechts een steeg in, ontdoen ons van onze jas, smijten die achter een vuilniscontainer en hoeven eindelijk de schijn niet meer op te houden, we hoeven onze bibberende handen niet meer te verbergen. Mank lopend schuifelen we naar het trapje dat toegang geeft tot een kelderdeur. We houden de leuning vast om niet te vallen. We bonzen op de deur.

“Wat? Wie is daar?”, horen we een donkergekleurde stem vragen.

“Wie denk je? Maak open die deur! We hebben lang genoeg zonder gemoeten.”

“Rustig, rustig”, reageert de stem en opent de deur. Een bleke man in een slobbertrui met Donald Duck erop verschijnt in de deuropening.

“Sta daar niet zo dom te grijzen en haal direct een buisje Ferhopax!”

“Ik wist niet dat het zo erg met jullie gesteld was. Loop maar even mee.”

“Al die gespeelde nepvrolijkheid, om van te kotsen! Die schijnheilige koppen die je de godganse tijd met een mierzoete blik kwijlend aankijken. Af en toe zou je zo iemand wel helemaal in elkaar willen trappen. Gewoon die kop vastgrijpen, tegen een muur aanslaan zodat ‘ie op de grond valt, naar de stoeprand slepen en dan maar erop in blijven trappen. En daar dan keihard bij blijven lachen. Eens kijken hoe de rest van de voorbijgangers dan reageert.”

“Ja, ja,” zegt de bleke man, “doe maar kalm, hier heb je je dosis.”

We breken het buisje doormidden en sprenkelen de vloeistof over onze tong. Direct na het slikken merken we al het verschil. De schemerige kelderkamer kleurt meteen een stuk lichter, alsof iemand met een kwastje een karamelkleur heeft aangebracht. Lachend gaan we met de Donald Ducktrui mee naar buiten. We trekken een sprintje, de steeg uit, en sluiten aan bij de rest van de kudde.

Written by Prosper

21 juni 2017 at 19:31

Geplaatst in Uncategorized

Dovermanns medicijnwarenfabriek®

with one comment

Theo was nog niet naar de Hoekveelstraat gereden, dat zou hij straks doen, als het schemerde. Dat verkleinde de kans dat hij zou worden herkend. Hij had eigenlijk geen zin om er weer heen te gaan, maar het was zijn moeders verjaardag. Daar kon hij echt niet onderuit. Hij stond nu bij het verlaten fabrieksterrein geparkeerd.
Dovermanns medicijnwarenfabriek® was jaren geleden al opgedoekt. Er waren wat problemen met de fiscus. Maar ook het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen had een flinke vinger in de pap. Plaatsvervangend voorzitter van het College, dr. B.J. van Zwieten-Boot, had nog een persconferentie belegd om toelichting te geven bij de redenen van directe sluiting van het bedrijf. Zij drukte consumenten en andere geneesmiddelengebruikers ferm en ernstig op het hart geen gebruik te maken van Dovermanns oordroppels®. Liever nog moesten consumenten en andere geneesmiddelengebruikers alle producten van Dovermanns medicijnwarenfabriek® terugbrengen naar het verkooppunt waar ze dit kwakzalversmiddeltje aangeschaft hadden. En als men daar de poot stijf hield en pertinent weigerde het middel terug te nemen in hun inventaris, mochten consumenten en andere geneesmiddelengebruikers het opsturen naar een speciaal in het leven geroepen postbusnummer. Er waren geen frankeringskosten nodig.

Ondanks het hele drama was Theo, als hij heel eerlijk was, er nog steeds trots op dat hij samen met zijn broer het spel klonteren in de Hoekveelstraat had geïntroduceerd. Aanvankelijk waren ze niet te kloppen. Toen de concurrentie het klonteren onder de knie kreeg, gingen de sluizen open. Jeugdig enthousiasme en bravoure leiden tot onverantwoordelijk gedrag, dat kun je op de vingers van één hand uitrekenen. Als de autoriteiten niet in staat waren eerder op te merken dat Dovermanns oordroppels ® niet veilig waren, dan was het onvermijdelijk dat het een keer mis ging. Dat kon je Theo niet aanrekenen, vond hij zelf.

Het spel was vrij simpel. Je moest eerst een doosje Dovermanns oordroppels® bij de fabriek aan de rand van het dorp gaan halen. In dat doosje zat een zakje met korrels en een flesje met een doorzichtige vloeistof. Om het als geneesmiddel te gebruiken moest je die twee met elkaar mengen. Maar dat flesje had je voor klonteren niet nodig, dat zette je gewoon naast je neer op de stoeprand. Het zakje met korrels scheurde je open, je stak je tong uit en kromde die een beetje zodat er een geultje ontstond. Van tevoren rochelde je even, zodat er een aanzienlijke hoeveelheid speeksel op je tong bleef liggen. De inhoud van het zakje goot je uit over je tong. Vermengd met speeksel gingen die korrels samenklonteren. Je ging op de rand van de stoep staan en wachtte lang genoeg tot de klonter ferm en stevig genoeg was voor je hem zo ver mogelijk het asfalt op spuugde. Een te vlug gelanceerde klonter reikte aanzienlijk minder ver en als die het asfalt raakte smeerde die zich als een weeïg goedje uit over de korrelige ondergrond van de tot speelvloer gebombardeerde Hoekveelstraat. Hoon en spot viel je ten deel als je dit overkwam. Nee, als je reputatie onder de straatjeugd van de Hoekveelstraat je lief was, kon je nog beter te lang met Dovermanns oordroppels® op je tong staan wachten.

Van iedereen in de Hoekveelstraat moest Robbie altijd al het verst, het hardst, het langst. Hij was daarnaast nogal een driftkikkertje. Hij moest en zou die klodder het verst spugen, dus hij hield hem langer dan de door Theo en zijn broer voorgeschreven limiet van 127 seconden op zijn tong. Hij passeerde zelfs de 180 secondegrens. Robbie moet het gevoel hebben gehad dat er een gloeiende spijker door zijn tong werd geramd. Maar na 185 seconden, toen zelfs Robbie de pijn niet meer kon verdragen, deed hij wat uiteindelijk het drama in gang had gezet: hij nam het flesje dat naast hem stond, draaide de dop eraf en nam een flinke slok. Het duurde slechts enkele seconden totdat hij in elkaar zakte.

Written by Prosper

10 juni 2017 at 10:44

Geplaatst in Uncategorized